“Je hoeft het niet op te lossen.”

Over het nieuwe opstellen en de kracht van aanwezig zijn bij wat zich toont.

Veel mensen komen binnen met de wens om iets op te lossen.
Een patroon. Een relatie. Een innerlijke onrust.
We zijn gewend om te analyseren, te begrijpen en te verbeteren.

Maar systemisch werk, en zeker het nieuwe opstellen, nodigt uit tot iets anders.

Niet oplossen.
Niet fixen.
Maar aanwezig zijn.

In het nieuwe opstellen bewegen we minder vanuit het verhaal en meer vanuit wat zich in het moment laat zien. Het lichaam weet vaak eerder dan het hoofd wat klopt. Representanten ervaren gevoelens of bewegen zonder dat ze de achtergrond kennen. En juist daarin wordt zichtbaar wat groter is dan ons persoonlijke verhaal.

Soms is het klein.
Een stap naar voren.
Een diepe ademhaling.
Een woord dat eindelijk uitgesproken mag worden.

En soms is het stil.

Die stilte is niet leeg.
Ze is vol van erkenning.

Wat in eerdere generaties niet gezien werd, kan nu ruimte krijgen. Wat buitengesloten was, mag weer erbij horen. Wat vastzat, komt in beweging. Niet doordat wij het forceren, maar doordat het erkend wordt.

Dat vraagt vertrouwen en overgave.

In deze manier van werken begeleid ik met zachtheid en helderheid. Ik stuur niet op een uitkomst, maar bewaak de bedding waarin het systeem zichzelf kan ordenen.
En vaak gebeurt er dan precies wat nodig is.

Na een opstelling hoor ik mensen zeggen:
“Ik snap niet precies wat er gebeurde, maar het voelt lichter.”
Of: “Er is iets verschoven.”

Dat is de kracht van systemisch werk.
Niet alles hoeft begrepen te worden om te kunnen veranderen.

Soms is het genoeg om te zeggen:
Ik zie het. En het mag er zijn. 
“Wat ik aankijk, hoeven mijn kinderen niet meer te dragen.”
Over mijn eigen systemische reis en de moed om oude loyaliteiten los te laten.
Er was een periode in mijn leven waarin ik vooral aan het zorgen was. Voor mijn werk, voor anderen, voor mijn missie. Ik was gedreven, betrokken en voelde me verantwoordelijk. Tegelijkertijd raakte ik vermoeid en ontwikkelde mijn lichaam signalen die ik niet langer kon negeren.
Ik dacht dat ik sterk was.
Maar misschien was ik vooral loyaal.
In systemisch werk ontdekte ik hoe diep loyaliteit kan gaan. Hoe je als kind, uit liefde, iets kunt gaan dragen wat niet van jou is. Hoe je je aanpast, groot wordt of verantwoordelijkheid neemt om balans te brengen in het systeem waar je uit voortkomt.
Dat inzicht was confronterend en bevrijdend tegelijk.
Ik zag hoe ik onbewust trouw was gebleven aan oude dynamieken. Hoe ik mezelf soms op een plek had gezet die niet de mijne was. En hoe mijn lichaam eigenlijk al wist wat mijn hoofd nog niet kon toelaten.
In opstellingen werd zichtbaar wat eerder verborgen bleef. Niet als beschuldiging, maar als erkenning. En precies daar gebeurde iets wezenlijks: het systeem ontspande.
Ik hoefde niets te repareren.
Alleen te zien.
Sindsdien voelt mijn werk anders. Zachter. Dieper. Meer in afstemming.
Ik begeleid niet om te verbeteren, maar om ruimte te creëren waarin mensen hun eigen plek kunnen innemen. Waar oude loyaliteiten liefdevol teruggegeven mogen worden aan wie ze toebehoren.
Wat ik aankijk, hoeft niet langer onbewust door te werken in volgende generaties.
Dat is voor mij de essentie van systemisch werk.
Het is geen breuk met je afkomst.
Het is een volwassen vorm van trouw waarin je kiest voor een vrijer leven.